Simone Weimans: 'Mensen hebben moeite met het accepteren van minderheden'

Simone Weimans: 'Mensen hebben moeite met het accepteren van minderheden'

Voor Simone Weimans zijn 4 en 5 mei de drukste dagen van het jaar, en misschien ook wel de belangrijkste. ‘We moeten de geschiedenis levend houden.’

Op 4 en 5 mei, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, staat heel Nederland stil bij de Tweede Wereldoorlog. Sinds twee jaar presenteert Simone Weimans op die dagen een aantal NOS-specials. Ik tref haar in een café-restaurant in Amsterdam waar ik in alle gauwigheid nog snel online het begin van haar liefde voor de journalistiek op zoek – er staat me iets bij van een kinderradioprogramma.

En dan vind ik het: op 12-jarige leeftijd zit Weimans samen met een groep Rotterdamse kinderen in een kinderradioprogramma van de VARA, De schuurpapier. Ze gaan op onderzoek uit, bijvoorbeeld door op de Claes de Vrieslaan in Rotterdam met sekswerkers in gesprek te gaan. Van De schuurpapier heeft ze het dus geschopt tot wie ze nu is: een van dé gezichten van het NOS-Journaal. ‘Op straat noemen kinderen of jongeren me vaak “die vrouw van het nieuws” ’, vertelt ze me later.

Voor Weimans wordt dit het derde jaar dat ze op 4 en 5 mei Dodenherdenking en Bevrijdingsdag mag presenteren.

De viering van Bevrijdingsdag begint traditioneel in Wageningen, bij Hotel De Wereld waar in 1945 de voorbereidende besprekingen voor de capitulatie werden gehouden. Op het moment dat Herdenkingsdag overgaat in Bevrijdingsdag, klokslag middernacht, start vanuit daar de estafettetocht met de Vrijheidsfakkels. Lopers vanuit heel Nederland dragen in estafettegroepjes het Vrijheidsvuur naar hun eigen provincie. Daar barst dan het Bevrijdingsfeest los.

Hoe ziet zo’n werkdag – of werkweek – er eigenlijk uit?

De dagen naar Dodenherdenking en Bevrijdingsdag toe staan compleet in het teken daarvan.

Op 4 mei zelf presenteer ik op NPO Radio 1 de Dodenherdenkinguitzending, een uitzending met onder andere de dienst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, het stiltemoment en een gesprek met een aantal gasten live vanuit de studio. Vorig jaar sprak ik bijvoorbeeld met de directeur van kamp Vught, dat tegenwoordig een museum is. Daarna ga ik naar Wageningen. Rond half twaalf tot net na middernacht presenteer ik Vuur van de Vrijheid. Dat is de overgang van Dodenherdenking naar Bevrijdingsdag. En op 5 mei zenden we altijd onder meer uit vanuit Amsterdam. Ik presenteer dan het Bevrijdingsdagconcert aan de Amstel.

Je zit door je werk bovenop 4 en 5 mei. Hoe ervaar je die dagen eigenlijk? Op 4 mei heerst de kalmte van het herdenken en terugblikken op de verhalen van toen, bijvoorbeeld van verzetsstrijders. Ik vind het altijd mooi om die verhalen te horen en tegelijkertijd vraag ik me elk jaar weer af hoe dit heeft kunnen gebeuren. En tja, als je kijkt naar wat er nu in de wereld gebeurt, dan hou ik mijn hart vast.

Waarom? De opkomst van populistische partijen vind ik beangstigend. Als je ziet hoe er wordt gesproken over migranten, wereldwijd. Dan lijkt het toch alsof er iets in de mens zit – zeker wanneer je tot de meerderheid behoort – dat moeite heeft met het accepteren van de minderheid. En als bepaalde figuren dat vuurtje dan ook nog weten op te stoken… Op 4 en 5 mei denk ik dus wel: hoe kan het dat dit nog steeds speelt?

Waardoor denk je dat dat soort sentimenten nog steeds leeft? Ik denk dat het inherent is aan het mens-zijn. Dat we het moeilijk vinden om andere groepen te accepteren. Mensen die er niet uitzien zoals jij en die dan jouw domein betreden, jouw land in komen, dat het toch heel moeilijk is om als groepsdier te zeggen: ‘Oké, je bent welkom’.

Het is heel beangstigend hoe fel mensen kunnen zijn. Neem nu de gebeurtenissen in Christchurch, Nieuw-Zeeland en wat daar is gebeurd; een Australische man radicaliseert online en vermoordt vijftig mensen. Of kijk naar wat er in Amerika is gebeurd, in Charleston, waar een jongen met een enorme haat voor zwarte mensen negen Afro-Amerikaanse kerkgangers doodschiet. Je kunt dan wel denken dat die daders eenlingen zijn, maar ze zitten allemaal op dezelfde extremistische websites.

Zouden we op 4 mei daar niet wat meer aandacht aan moeten besteden? Er is bewust gekozen om op 4 en 5 mei een bepaalde periode uit de geschiedenis te herdenken en te vieren. Ik vind het ook goed dat het helder is waar die dagen over gaan. Ik presenteer bijvoorbeeld ook op 1 juli de uitzending over de afschaffing van de slavernij. Die uitzending staat in het teken van wat er tijdens die 400 jaar slavernij is gebeurd. Dat neemt niet weg dat we ons ook altijd bewust moeten zijn van wat zich nú afspeelt. Ik snap wel waarom mensen ook andere zaken willen herdenken, maar voor de helderheid is het goed om de Tweede Wereldoorlog leidraad te laten zijn. Wat ik tegelijkertijd wél doe, is dat ik op 4 en 5 mei ook denk aan de Surinamers in de Tweede Wereldoorlog. Bijvoorbeeld aan Anton de Kom, de bekendste Surinaamse schrijver. Het grote publiek in Nederland kent hem niet, Surinamers wel. De Kom woonde destijds in Nederland en was een verzetsstrijder. Hij is uiteindelijk afgevoerd naar een buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme, waar hij in 1945 is overleden aan de gevolgen van tuberculose.

Heeft Suriname een rol gespeeld in de Tweede Wereldoorlog? Ja, er hebben enkele honderden Surinaamse vrijwilligers meegevochten tegen de Japanners in Nederlands-Indië. Dat lijken er misschien niet heel veel, maar Suriname is qua inwoneraantal een klein land. Slechts weinig mensen weten dat Surinamers actief zijn geweest in de oorlog. Ook relatief onbekend is dat de Amerikanen in Suriname gelegerd waren om ervoor te zorgen dat bauxiet, waar Suriname rijk aan was, niet in verkeerde handen zou vallen. Bauxiet was destijds een van de belangrijkste grondstoffen voor de productie van vliegtuigen: van de bauxietaanvoer voor Amerikaanse gevechtsvliegtuigen kwam tweederde uit Suriname.

Waarom weten we daar zo weinig van? Dat geldt voor veel dingen. Waarom weten veel Nederlanders bijvoorbeeld vrijwel niks over slavernij? Dat komt omdat het niet of nauwelijks in de geschiedenisboeken staat. Ik had het er laatst met mijn nichtje van 11 jaar over. Zij vertelde me dat ze zelf haar juf maar heeft gevraagd of ze ook les konden krijgen over de slavernij.

Ligt daar dan niet juist ook een rol voor de NOS? Dat educatieve aspect? Ja, daarom is het bijvoorbeeld heel goed dat we sinds een aantal jaar slavernijherdenking hebben. Er kijkt geen hond naar, maar we doen het elk jaar omdat het belangrijk is. Ook wordt er een mooi internetproject omheen gebouwd. Zo kunnen we de geschiedenis levend houden. Naar de uitzendingen rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag kijken wel miljoenen mensen.

Hoe verklaar je dat verschil? Slavernij heeft zich niet hier in Nederland afgespeeld – niet in het Europese deel van Nederland. Maar ook: Nederland was slachtoffer in de Tweede Wereldoorlog, wij werden bezet, onze Joodse mede-Nederlanders werden afgevoerd. Dat is een ander sentiment.

Je bent opgegroeid in Rotterdam, de binnenstad is in de oorlog compleet verwoest door de Duitsers. Wat heb je daar tijdens je jeugd van meegekregen? Om te beginnen het fysieke verschil: als ik in Amsterdam kwam, dan lagen daar die mooie grachten. En tja, de Lijnbaan in Rotterdam is niet bepaald de meest inspirerende omgeving.

Het was wel de eerste autovrije winkelstraat van Nederland…(Lacht.) Dat zal allemaal wel, maar ik heb toch liever de grachten van Amsterdam. Maar goed, als kind ben je je er al bewust dat de stad er heel anders uit had kunnen zien. En dan heb je nog De verwoeste stad van Ossip Zadkine, het beeld dat in het centrum van Rotterdam staat. Ik vond dat altijd een beetje eng, die armen in de lucht, dat schreeuwen en dan het hart eruit. Ik was me dus altijd heel erg bewust van de oorlog. Daarom is het ook zo goed om te herdenken en te vieren dat we hier lekker met onze cappuccino over deze onderwerpen kunnen praten. Het had ook anders kunnen lopen.

Hoe is het om het Journaal te presenteren en tegelijkertijd je mening voor een groot deel voor je te moeten houden? Voordat ik bij het Journaal werkte, zat ik bij de VARA. Daar kon ik wel zeggen wat ik wilde. Wat ik nu doe is dat ik soms een tweet schrijf en hem toch weer verwijder. Het is misschien een beetje kinderachtig, maar dan heb ik het toch geschreven. Daarnaast merk ik ook dat het fijn is om soms zaken te aanschouwen en niet bij alles mijn mening te geven.

Zijn er strikte richtlijnen bij de NOS over wat wel en niet mag?Nou, het is niet de bedoeling dat ik me in allerlei maatschappelijke debatten meng, maar als het over zaken als racisme of diversiteit gaat, dan zou ik het raar vinden als ik daar mijn mond over zou moeten houden. En de NOS vindt het ook belangrijk dat ik het daarover heb. Maar over het algemeen: als je bij deze organisatie wil werken, moet je geen opinieleider willen zijn.

Wat versta je eigenlijk onder goede journalistiek? Het is belangrijk dat journalisten nieuwe vragen stellen. Ik lees bijvoorbeeld graag The New York Times en The Washington Post. Daar werken heel goed ingevoerde journalisten die – ongeacht de politieke kleur – het journalistieke handwerk goed beheersen. Ze kennen hun bronnen, hebben een goed netwerk, zijn op jacht naar nieuwe verhalen. Maar ook de redactie van NOS op 3 vind ik erg goed. Je ziet daar dat de diversiteit op de redactie zijn vruchten afwerpt. Hoe zij onderwerpen aanvliegen, het type onderwerpen dat zij kiezen, de keuzes die zij maken: dat is allemaal heel anders dan bij het reguliere journaal, én ze maken echt nieuws. De NOS is zich er bewust van dat je andere verhalen, betere verhalen krijgt als de werkvloer diverser is. Dan kun je als nieuwszender verhalen maken die meer Nederlanders en meer soorten Nederlanders aanspreken. Het is natuurlijk nog steeds niet genoeg dat ik de enige zwarte vrouw ben van alle presentatoren, maar ik ben er wel echt trots op dat er bij de NOS zoveel aandacht voor diversiteit is. Op de werkvloer, maar ook bijvoorbeeld bij de herdenking van het slavernijverleden, en dat ik dat mag presenteren.

Over goede journalistiek en de Tweede Wereldoorlog gesproken; heb je het gesprek tussen Rick Nieman en Thierry Baudet gezien waarin Baudet oppert dat het fascisme een linkse stroming was? Hij zei letterlijk: ‘Fascisme is voortgekomen uit het communisme. Mussolini was ook eerst lid van de communistische partij.’ Ja.

Wat vond je ervan dat Nieman hem niet corrigeerde? Als journalist moet je onafhankelijk en kritisch zijn. Je moet je feiten op orde hebben. Als je iemand interviewt en het gaat over die periode, over fascisme, dan moet je weten hoe het zit. De Tweede Wereldoorlog is een heel belangrijke periode in de wereldgeschiedenis die we elk jaar herdenken, waar we het elk jaar over hebben.

Als iemand dingen zegt die niet kloppen, dan moet je die persoon confronteren met de waarheid, met de feiten. Mijn advies aan journalisten zou zijn: bereid je goed voor.

CV

Simone Weimans (1971, Rotterdam) is presentator van het NOS-Journaal. Ook presenteert ze op vrijdag het NPO Radio 1-programma Met het oog op morgen. In 2018 nam ze deel aan het programma Wie is de Mol? Na haar studie communicatiewetenschappen begon Weimans haar carrière bij de Wereldomroep. Daarna ging ze aan de slag bij de VARA, eerst als verslaggever en redacteur voor diverse radioprogramma’s en later ook als presentator, onder andere bij Radio Kassa.

TV

‘Ik kijk sowieso naar alles wat mijn collega’s doen, bijvoorbeeld bij Nieuwsuur, maar ik hou ook enorm van series. Wat ik wel merk, is dat ik nog maar zelden naar traditionele televisie kijk – ik kijk veel op mijn computer. Ik hou trouwens van high- maar ook van lowbrow-series. Zo kan ik een serie als The Real Housewives waarderen, dat is gewoon lekker, om het hoofd leeg te maken. Maar ik kijk ook graag naar documentaires. Laatst zag ik die van Ava Duvernay, 13th, over het Amerikaanse gevangenissysteem. Steengoed. Ik ben ook fan van de series Killing Eve en Fleabag. Die laatste is echt een aanrader, een van de beste series ooit.’

NATIONALE DODENHERDENKING ZATERDAG, NPO 1,18.45 NPO RADIO 1,18.30

VUUR VAN DE VRIJHEID ZATERDAG, NPO 1,23.40

BEVRIJDINGSDAG ZONDAG, NPO 1,20.25

Beeld: Kee&Kee

Tegen alle verwachtingen in, een feminist

Tegen alle verwachtingen in, een feminist

‘Met alleen hard werken en financieel onafhankelijk zijn, red je het niet als vrouw’

‘Met alleen hard werken en financieel onafhankelijk zijn, red je het niet als vrouw’